vrijdag 18 maart 2011

Pro/contra

Bejaarden moeten zo lang mogelijk thuis wonen

Via bejaardenzorg kunnen personen die niet meer op eigen kracht dagelijkse activiteiten kunnen verrichten toch thuis blijven wonen. Maar is dit de beste oplossing voor deze mensen?
JA

“Mensen die met hun mond open eten, daar gaat mijn honger van over.”

Lea Van De Cruys (80) is tien jaar weduwe. Sinds de dood van haar man woont ze alleen in een huis in Vosselaar. Ze is vastbesloten zo lang mogelijk thuis te blijven. “Ik ga pas naar een rusthuis als ik het zelf niet meer besef.”


“Ik wil zo lang mogelijk thuis blijven. Thuis heb ik alle comfort.  Ik ben ‘thuis’. Ik doe wat ik wil in mijn eigen omgeving. Aan mijn huis zijn veel herinneringen verbonden: mijn kinderen zijn hier opgegroeid, mijn man is hier gestorven. Mijn man wilde zolang mogelijk thuisblijven. Hij had geluk dat ik er was, ik kon voor hem zorgen. In een rusthuis heb je die herinneringen niet. Als je pech hebt, moet je een kamer delen. Eenpersoonskamers zijn duur. En zo’n kamer  is nooit even gezellig als je eigen huis.
Bovendien heb ik nu veel meer vrijheid dan de mensen in een rusthuis. Ik kan zelf bepalen wat ik eet. Als ik geen honger heb, eet ik later of gewoon niet. Ik kies zelf wanneer ik ga slapen of wanneer ik tv kijk en ik kan bezoek ontvangen wanneer ik maar wil.
Ik woon in een buurt waar ik omringd ben door mijn familie en vrienden. Die springen op elk moment van de dag binnen. Ze helpen me met alles. Toen ik last had van mijn knie en veel moest rusten, kwamen ze zelfs de rolluiken naar beneden laten. Tegenwoordig kan je heel lang thuis blijven. Er is allerlei hulp beschikbaar: er komt iemand helpen met poetsen, als ik dat wil komen ze voor me koken en de verpleegster komt aan huis. Er is hulp genoeg.
Ook Ziekenzorg bezoekt me af en toe. Zij organiseren regelmatig activiteiten. Er is altijd wel iets te doen. Ik verveel me nooit. Als ik alleen wil zijn, dan kan dat ook. Terwijl je in een rusthuis nooit alleen bent.
Maar de voornaamste reden waarom ik niet naar een rusthuis wil, is omdat je, zodra je daarheen gaat, aangeeft dat je niet meer voor jezelf kunt zorgen. Je bent volledig afhankelijk van anderen.  Ik wil net zelfstandig zijn. Ze krijgen mij ook niet in een rolstoel zolang ik zelf kan stappen, zelfs als ik dan om de paar meter even moet uitrusten. Ik ben tevreden thuis. Ik hoop nog jarenlang in mijn huis te kunnen blijven.”
NEE

“Sommige oudjes schamen zich voor hun ouderdomskwalen. Die bejaarden krijg je amper hun huis uit.”

Mieke Heykants (77) woont samen met haar man in Weelde. Ze doet vrijwilligerswerk bij Ziekenzorg, een vereniging van en voor langdurig zieken en gezonden, en kent veel hulpbehoevende mensen. “Sommige mensen kunnen echt niet meer voor zichzelf zorgen.”



“Sommige ouderen kunnen niet thuis blijven. Ze vergeten dingen of ze sukkelen met hun gezondheid. Zo woont er in de buurt een vrouw wiens man op heel korte tijd dement is geworden. Hij wist niet meer wie zij was. Met die situatie viel niet te leven, dus is hij naar een rusthuis gegaan. Sommige bejaarden hebben dag en nacht verzorging nodig. In een rusthuis hoeven ze maar op een bel te drukken en er staat hulp klaar.
Voor mensen met wie het nog iets beter gaat, vind ik serviceflats een goede oplossing. In zo’n flatje hoef je ook maar op een knop te drukken als je in nood bent, maar verder doe je waar je zin in hebt. Je kunt gaan en staan waar je wilt. Je kan mee-eten in het rusthuis, maar je kan net zo goed zelf koken en je boodschappen doen. Die formule vind ik wel interessant.
Rusthuizen hebben ook andere voordelen, naast het bieden van permanente hulp. Veel bejaarden vervelen zich. Ziekenzorg is een heel goed initiatief. Medewerkers van de organisatie bezoeken ouderen en brengen hen al eens een presentje, met hun verjaardag of met Kerst. Ze organiseren ook kerstfeestjes en koffietafels voor bejaarden. Het enige probleem is dat niet iedereen wil deelnemen aan die activiteiten. Sommige ouderen sukkelen zo met hun gezondheid dat ze zich schamen. Veel ouderen dragen wel eens een luier. Ze zijn bang dat ze, als ze buiten komen, een ongelukje zullen hebben en zullen ruiken. Zo’n oudjes krijg je amper uit hun huis. In rusthuizen zijn zo’n mensen nooit alleen. De andere bewoners kampen met dezelfde problemen.
Hier in het dorp fietst de fietsclub, bestaande uit oudere dorpelingen, geregeld naar het rusthuis. Dan gaan ze daar een kopje koffie drinken. Na zo’n bezoekje zijn de bewoners van het rusthuis altijd tevreden. Dat is toch veel beter dan bejaarden die helemaal alleen in hun huis zitten te verkommeren?”

Geen opmerkingen:

Een reactie posten