![]() |
| De ingang van het home |
Maandag 18 april. Het is vroeg in de ochtend. Het belooft een zonnige dag te worden, al is de lucht nog fris. Het wordt nog maar net licht als ik naar het rusthuis ‘Home Heiberg’ in Beerse wandel. Op straat is zo goed als niemand, maar rond het rusthuis heerst al flinke bedrijvigheid. Verpleegsters, verzorgers, poetsvrouwen en keukenpersoneel van de ochtendshift stromen toe en lossen hun collega’s van de nachtdienst, na een korte overdracht, af.
Birgit Aernouts is een jonge verpleegster vooraan twintig. Ze is pas afgestudeerd en werkt nog maar anderhalf jaar in het rusthuis. Toch is ze zeker niet de enige jonge verpleegster. Birgits werkdag begint om vijf over half zeven. Terwijl de verzorgsters de mensen beginnen wekken om ze te wassen, gaat Birgit op ronde om al enkele mensen medicatie toe te dienen en om bloed te prikken. “Ik wilde altijd al verpleegster worden”, vertelt ze. “Dat schreef ik vroeger al in vriendenboekjes.”
Twee maanden geleden opende het rusthuis een nieuw gebouw. De verpleegsters en verzorgsters staan afwisselend in het nieuwe en het oude gebouw. Het werk van de verzorgsters bestaat onder meer uit het verzorgen, wassen en aankleden van de mensen en het opmaken van de bedden. De verpleegsters mogen medicatie toedienen en wonden verzorgen. Al deze taken worden verdeeld met beurtrollen. Birgit vertelt: “Het werk is lang niet altijd even makkelijk. Er is een tekort aan personeel en ik ben momenteel de enige fulltime verpleegkundige overdag. De werkdruk ligt erg hoog.”
Het rusthuis is om zeven uur, hoewel er dan nog veel mensen slapen, net een bijenkorf. Verpleegsters en verzorgsters lopen heen en weer en de bejaarden worden stilletjes aan allemaal wakker. Als Birgit om tien voor zeven de kamer van Louis binnenstapt om bloed te prikken, zit hij al volledig aangekleed op zijn bed. Louis is een echte ochtendmens. Hij heeft gisteren de koers gezien en is nog enthousiast over de overwinning van Philippe Gilbert. “De meeste mensen staan hier vroeg op”, lacht Birgit, “maar Louis spant als vroege vogel toch wel de kroon. Echte langslapers hebben we hier echter niet.” Louis stroopt gehoorzaam zijn hemdsmouw op om bloed te laten prikken. “’t Is een goeike hoor, maar je moet weten hoe er mee om te gaan,” vertrouwt hij me toe. Birgit glimlacht.
![]() |
| Verpleegster Birgit |
Om acht uur wordt het ontbijt geserveerd. De bejaarden kunnen beneden in de zaal eten maar mogen ook op hun kamer blijven. Voor de ouderen die op hun kamer ontbijten, voorziet Birgit medicatie op de kamer. De anderen krijgen hun pillen in groepsverband. Het rusthuis heeft ook een ontbijtgroepje. De bejaarden worden om de beurt in groepjes uitgenodigd. In dit ontbijtgroepje kiezen ze zelf of ze wit of bruin brood, kaas, ham of confituur willen. Dan mogen ze zelf hun boterhammen smeren. Het is erg belangrijk dat oudere mensen zelf nog keuzes maken.
Na het ontbijt gaat Birgit verder met de medicatiebedeling en het verzorgen van wonden. Haar ronde brengt ons bij Marianne. Toen ze jonger was, werkte ze in Home Heiberg. “Ik kom hier al meer dan 30 jaar”, lacht ze. “Een groot deel van mijn leven speelde zich hier af. Ik werkte hier zo graag, dat ik maar gebleven ben. Ik ben hier heel tevreden.” Marianne houdt erg veel van bloemen, haar kamer staat er vol van. Haar zoon brengt haar elke zondag een nieuw boeket. De mensen in het rusthuis hebben allemaal hun eigen kamer. Er zijn nog enkele tweepersoonskamers, maar de bedoeling is dat uiteindelijk alle mensen, behalve zij die echt met twee op een kamer willen liggen, een eigen kamer hebben. Zo kunnen de mensen hun kamer inrichten zoals ze dat zelf willen.
![]() |
| Achil en Louise |
Om half twaalf wordt het middageten voorbereid. Alle bewoners van het rusthuis worden naar de eetzalen van hun afdeling geleid. In de eetzaal zit Leona. Zij is met haar 66 jaar de jongste bewoonster van het rusthuis. “Ik ben al vier jaar hier. Het personeel is hier heel goed.” Birgit vertelt me dat Leona altijd enthousiast is en dat ze alle andere bewoners in haar enthousiasme meetrekt. Leona is een graaggeziene gast tijdens de activiteiten die georganiseerd worden. Ze doet mee aan de geheugentraining, het praatcafé, het turnen en de misvieringen. “Ik zou ook heel graag mee zwemmen, maar ik heb mijn badpak nog altijd niet teruggevonden,” grinnikt ze.
In de buurt van Leona zit Mieke, haar kamergenootje. Leona en Mieke wonen in het oudere gedeelte van het rusthuis en hebben daarom nog een gezamenlijke kamer. Ze vinden het geen van beiden erg. Leona is de jongste, en toevallig is Mieke de oudste bewoonster van het rusthuis. Ze is vorig weekend 102 geworden. Haar familie had een feestje voor haar georganiseerd en de burgemeester en schepenen zijn haar komen feliciteren. De emotie laait nog hoog op als ze erover vertelt. Trots troont ze me mee naar haar kamer om al haar mooie bloemen en de vele verjaardagskaarten te laten zien.
Tijdens het middageten deelt Birgit weer medicatie uit. Dit doet ze terwijl de andere verpleegsters en verzorgsters de mensen helpen en bedienen. Als na het eten alle ouderen terug hun bezigheden hervatten, zet Birgit alvast de kar met medicatie klaar voor de namiddag- en avondronde. Ze verzorgt nog enkele wonden en brengt de laatste administratie in orde. Om half drie zit haar werkdag er op.
![]() |
| Mieke met één van haar boeketjes |
Simone is een van de bejaarden die mee gaat zwemmen. Ze vertelt: “De eerste keer dat ik weer ging zwemmen, was ik veel te dapper. Ik sprong in het water en ik wou zwemmen. Maar ik ga recht den dieperik in. (lacht) Ik ben wel weer boven gekomen, maar ik ben toen toch heel erg geschrokken en ik heb nadien niet meer gezwommen zonder een zwemband. Ik durf niet meer.”
| Dementie in kaart gebracht Home Heiberg maakt gebruik van een speciaal programma voor dementie, genaamd Dementia Care Mapping (DCM). Dit programma streeft naar een meer kwaliteitsvolle zorg voor mensen met dementie. Aan de hand van codes worden de gevoelens en het welzijn van de dementerenden in kaart gebracht. Medewerkers observeren de mensen in hun omgeving en bekijken hoe ze reageren op situaties, prikkels en dergelijke. Omdat mensen met dementie vaak niet meer in staat zijn om hun eigen gevoelens en emoties te benoemen, is dit een zeer belangrijk proces. Als hun verzorgers weten wat deze mensen blij of net ongelukkig maakt, dan kunnen ze hier in het vervolg rekening mee houden. Het programma wordt wereldwijd gebruikt en werpt overal zijn vruchten af. Ook in de vier jaar dat Home Heiberg deze methode gebruikt, heeft het al positieve resultaten geleverd. Medewerkster Ingrid vertelt: “Er was een vrouw die vaak erg ongelukkig was, dat zagen we aan haar manier van doen. Tot op een dag één van de observatoren achter haar ging staan en zag dat deze vrouw elke keer op een stoel gezet werd, waar een pilaar haar het uitzicht op de zaal benam. Sindsdien wordt er goed op gelet dat ze een goed zicht heeft op de zaal.” DCM werd uitgevonden door de Engelse professor Tom Kitwood. Na zijn dood werd het verder ontwikkeld door de universiteit van Bradford. |
| Snoezelbad en frutseldeken: animatie in het bejaardentehuis In het rusthuis wordt er ook gezorgd voor animatie voor de bewoners. Inge en Ans staan hiervoor in. Elke maand komen zij samen om de activiteiten voor de volgende maand te plannen. Animatrice Inge vertelt: “Bij het bedenken van de activiteiten, proberen we rekening te houden met de behoeftes van elke bewoner. Voor mensen waar het nog goed mee gaat, organiseren we kien-namiddagen en praatcafé’s. Met de dementerenden maken we al eens een wandeling of we geven hen een handmassage. Zo zijn er activiteiten voor elke groep.” Ook verjaardagen worden georganiseerd door het animatieteam. Maandelijks wordt er een feest gehouden voor de jarigen van die maand. Als ze dat willen, kunnen de bejaarden op hun verjaardag zelf ook gezellig samenzitten met de familie. Ans is verantwoordelijk voor ergonomie. Eén van haar taken bestaat er uit om de bewoners van het rusthuis een snoezelbad te geven. Ze vertelt: “Als de bewoners ’s ochtends in bad gestopt worden, moet alles erg vlug gaan. Ik neem de tijd om de mensen om de beurt rustig een bad te geven. Ik maak gebruik van geuren, geef de mensen een handmassage, ze krijgen de tijd om te genieten van hun bad en ze kunnen gezellig babbelen. Zo’n snoezelbad neemt vaak een hele namiddag in beslag.” Het animatieteam bekommert zich ook over andere aspecten van het welzijn van mensen. Inge geeft een voorbeeld: “Er was eens een dame die altijd haar rok omhoog trok. De familie vond dit heel erg lastig, dat hun moeder daar zat met blote benen. Toen hebben we een dekentje voor haar gemaakt, waar we een ritsluiting, enkele lintjes, een zakje met knoppen en dergelijke op vastgenaaid hadden, een echt frutseldekentje. Voortaan als ze aan haar rok begon te friemelen, legden we dat dekentje over haar. Dan had zij toch iets om zich mee bezig te houden. Dit dekentje was zo’n succes dat we er daarna nog een hele hoop gemaakt hebben, aangepast aan de verschillende mensen.” |





